Wodka maken

Wodka is een neutrale sterke drank zonder specifiek karakter, aroma, smaak of kleur. Deze eigenschappen worden ontwikkeld tijdens het distillatieproces of door ruw gedistilleerde sterke dranken te behandelen met actieve kool of andere materialen. Goed gedistilleerde wodka kan ook nog verder gezuiverd en verfijnd worden door het te behandelen met actieve kool en andere materialen. Wodka wordt normaal gesproken niet gerijpt en kan gemaakt worden van granen, aardappels, suikers, fruitsoorten en zo’n beetje alle andere producten die tot alcohol kunnen worden gefermenteerd. Dit maakt dat wodka een voordelige sterke drank is die eenvoudig en snel gemaakt kan worden van gemakkelijk te verkrijgen materialen.

Ingrediënten uitkiezen

  1. Kies de ingrediënten die je wilt fermenteren tot wodka. Wodka wordt normaal gemaakt van tarwe, rogge, gerst, mais of aardappels. Je kan ook suiker en melasse gebruiken, zowel als hoofdingrediënt of samen met andere ingrediënten. Er is zelfs een distillateur die een innovatieve wodka maakt van rode Pinot Noir wijn. Wat je ook kiest, er moeten wel suikers of zetmeel inzitten. Dit is namelijk nodig om alcohol te produceren. Gist eet suikers of zetmeel op en stoot daarna alcohol en koolstofdioxide uit.
    • Als je wodka van granen of aardappels maakt, moet je een brij maken die actieve enzymen bevat die het zetmeel uit de granen of aardappels afbreken en omzetten in suikers die gefermenteerd kunnen worden.
    • Vruchtensap bevat al suikers dus als je dit gebruikt, heb je geen enzymen nodig die zetmeel afbreken. Als je wodka maakt van suikers hoef je het, net zoals bij wodka van vruchtensap, alleen te laten fermenteren en hoef je dus geen brij te maken.
    • Als je wodka maakt van een drank die al gefermenteerd is zoals wijn kan je het meteen distilleren en er wodka van maken.
  2. Controleer of je voldoende van alle ingrediënten voor je brij hebt. Als je besloten hebt om bijvoorbeeld alleen aardappels te gebruiken voor je wodka, dan zullen ze een beetje extra hulp nodig hebben om hun zetmeel om te zetten in suikers. Daar zijn de enzymen voor. Gebruik deze tabel om te kijken of je extra enzymen aan je brij moet toevoegen om zetmeel in suikers om te zetten:
    Ingrediënten die je nodig hebt om je brij te maken
    IngrediëntenHeeft enzymen nodig?Toevoegingen
    Granen en aardappelsJa.Granen en aardappels zijn bronnen van zetmeel, niet suikers. Enzymen zijn dus nodig om het zetmeel om te zetten in suikers.
    Gemoute granen zoals gemout gerst en gemoute tarweNee. In gemoute granen zitten van nature al een hoop enzymen die het zetmeel omzetten in suikers die gefermenteerd kunnen worden.De enzymen in gemoute granen worden geactiveerd wanneer het graan openbarst en korte tijd wordt blootgesteld aan warm water. Gemalen en gemoute granen kunnen alleen gebruikt worden, aangezien ze zetmeel bevatten, of je kan ze toevoegen aan een zetmeelrijke maar enzymarme brij. Kies gemoute granen die rijk aan enzymen zijn, zoals bijvoorbeeld gemoute tarwe.
    Geraffineerde suiker en melasseNee. Deze bevatten natuurlijk al suikers en hierdoor heeft het gist geen extra enzymen nodig.Je kan wodka maken van alleen suiker of je kan suiker toevoegen aan zetmeelrijke brijen zodat er meer fermenteerbare materialen in zitten.
  3. Controleer of de ingrediënten van je brij extra enzymen nodig hebben. Je kan amylase enzymen poeder dat geschikt is voor consumptie kopen op internet. Voeg dit poeder toe aan je brij om zetmeel in suikers om te zetten als je bijvoorbeeld aardappels gebruikt. Gebruik de hoeveelheid die aanbevolen wordt voor de hoeveelheid zetmeel die omgezet moet worden. Je hoeft geen gemoute, enzymrijke granen zoals gemoute gerst te gebruiken als je enzymen poeder gebruikt.
    • Om de enzymen zetmeel om te laten zetten in suikers, ook het zetmeel van gemout, enzymrijk graan, moet het zetmeel eerst gegelatineerd worden. Gevlokte granen zijn vaak al gegelatineerd. Ingrediënten die niet gegelatineerd zijn, zoals aardappels en ongevlokte of gemoute granen, moeten verwarmd worden in water tot ze op de temperatuur komen waarop het zetmeel gegelatineerd wordt. Aardappels gelatineren meestal rond de 66° C en gerst en tarwe gelatineren meestal rond dezelfde temperatuur. Dus hoeft een brij van aardappels alleen maar verwarmd te worden tot 66° C. Als je de aardappels verwarmt tot een lage temperatuur moeten ze heel fijn versnipperd worden voordat je ze in het water doet.
    • Enzymen die zetmeel omzetten, werken alleen op heel specifieke temperaturen en worden vernietigd als ze te heet worden. 66° C is een goede temperatuur maar als ze verhit worden tot boven de 70° C zullen ze vernietigd worden. De absolute maximum temperatuur die ze aankunnen is 74° C; in deze temperatuur zullen de enzymen een tijd hun werk doen en je kan dus ook je brij tot deze temperatuur verhitten, maar het grootste deel van de enzymen zal vernietigd worden.

     

    • 1 Probeer een tarwebrij. Verhit in een pot met een volume van 38 liter met een deksel 23 liter water tot 74° C. Voeg 7,6 kilogram droge, gevlokte tarwe toe en roer het door. Controleer de temperatuur en zorg dat die tussen de 66° C en 68° C blijft. Roer er nu 3,8 kilogram geplette en gemoute tarwe door. De temperatuur moet nu zo’n 65° zijn. Doe nu de deksel op de pot en laat het mengsel 90 minuten rusten terwijl je er af en toe in roert. Tijdens deze 90 minuten wordt het zetmeel omgezet in suikers en zou het mengsel een stuk minder dik en stroperig moeten worden. Laat na 90 minuten tot 2 uur het mengsel afkoelen tot een temperatuur van 27°C tot 29° C. Laat het een nacht staan en langzaam afkoelen, maar laat het wel niet te ver onder de 27° C komen.

    • 2 Probeer een aardappelbrij. Maak 9 kilogram aardappels schoon. Kook ze ongeveer een uur met schil in een grote pan tot ze gegelatineerd zijn. Gooi het water weg en stamp de aardappels goed fijn met een stamper of in een keukenmachine. Doe de gestampte aardappels terug in de pan en voeg er 19 tot 22 liter water aan toe. Roer dit goed door tot je een emulsie krijgt en verwarm het tot zo’n 66° C. Voeg 1 kilogram geplette en gemoute gerst of tarwe aan het mengsel toe en roer dit goed door. Doe de deksel op de pan en laat het zo’n 2 uur staan. Roer er wel af en toe even doorheen. Laat het ’s nachts afkoelen tot tussen de 27°C en 29° C.
      • Als je je brij langzaam laat afkoelen geef je de enzymen uit de gemoute gerst ook meer tijd om het aardappelzetmeel af te breken.
      3 Probeer een maisbrij. Maak een brij zoals je dat ook gedaan hebt bij het recept voor de tarwebrij, maar vervang de tarwe met gevlokte, gegelatineerde mais. Je kan ook je mais laten ontkiemen en dan hoef je geen gemout graan aan je brij toe te voegen. Er moet uit iedere maiskorrel een wortel van zo’n 5 cm komen. De ontkiemde mais bevat enzymen die zijn gevormd tijdens het ontkiemingsproces.

 Fermenteren
  1. Maak al je benodigdheden schoon en bereid je werkplek voor. Het fermenteren gebeurt in schone en ontsmette vaten die soms open zijn, maar meestal luchtdicht afgesloten zodat er geen besmettingsgevaar is. Het fermenteren duurt meestal zo’n drie tot vijf dagen.
    • Fermenteren kan ook in vaten die niet zijn schoongemaakt of ontsmet en het resultaat zal ook drinkbare alcohol zijn, maar omdat er misschien nog bacteriën of gistresten in de vaten zitten, kunnen tijdens het fermenteren ongewenste smaken of een hogere hoeveelheid alcohol ontstaan.
    • Er zijn speciale schoonmaakmiddelen te koop op het internet zoals B-Brite en het ontsmettingsmiddel iodophor. Deze kan je kopen om je vaten schoon te maken.[5]
  2. Kies en installeer je waterslot. Een waterslot is een mechanisme waardoor CO² kan ontsnappen zonder dat O² er weer in kan. Een brij van 19 liter die je hebt laten uitlekken kan je laten fermenteren in een emmer met een inhoud van 28 liter of in een gistingsfles met een inhoud van 23 liter. Op een emmer moet een deksel bevestigd worden en er zijn speciale doppen voor gistingsflessen, maar je mag de fles of emmer nooit helemaal afsluiten aangezien de druk die opgebouwd wordt door de koolstofdioxide ervoor kan zorgen dat de fles of emmer ontploft. Daarom moet je een waterslot aan de deksel of dop bevestigen.
    • Als je je mengsel laat fermenteren in een open emmer of bak, leg dan een kaasdoek over de emmer heen zodat er geen insecten of andere ongewenste dingen in vallen.
    3. Laat je brij uitlekken in de emmer of fles waarin je gaat fermenteren. Als je een brij hebt gemaakt, gebruik dan een fijne zeef om alle vloeistof uit je brij te laten lekken en laat die vloeistof in je goed schoongemaakte fles of emmer lopen. Probeer de vloeistof er goed in te laten spatten en schenk hem er van zo hoog mogelijk af in. Zo komt er veel zuurstof in de vloeistof. Gist heeft in het begin zuurstof nodig om te groeien en goed te gaan fermenteren. Dit komt doordat gist celmateriaal in de vorm van lipiden maakt van zuurstof. Maar nadat de gist door deze groeifase heen is, mag er geen zuurstof meer bij komen. Gist maakt namelijk alcohol als er geen zuurstof aanwezig is.
    • Je kan als alternatief ook je brij laten fermenteren zonder dat je deze eerst laat uitlekken. Maar als je dit doet, moet je op een andere manier zorgen dat er lucht in de brij komt. Je kan bijvoorbeeld een zuurstofpomp uit een aquarium gebruiken of een zuurstofsteen. Je moet ook eerst wat van het vocht uit de brij afgieten. Het is ook makkelijker om de kleinere hoeveelheid brij die je overhoudt na het afgieten te fermenteren, aangezien de brij tijdens het fermenteren uit de fles of emmer over kan vloeien.
    • Als je een mengsel gemaakt van suiker gebruikt, moet je daar ook zoveel mogelijk zuurstof doorheen mengen door het hoog in te gieten en goed te laten spatten.
    • Als je vruchtensap gebruikt, giet het dan ook vanaf zo hoog mogelijk in de fles of emmer en laat het door een zeef lopen.

     

    • Voeg gist toe aan het mengsel dat je wilt laten fermenteren. Als je korrelgist gebruikt, is het het beste om dat eerst te hydrateren. Roer de gist daarna met een schone, ontsmette lepel door je mengsel. Als je een waterslot gebruikt, zal dit gaan bubbelen tijdens het fermenteren. Als het fermenteren bijna klaar is zal het bubbelen afnemen of helemaal stoppen als je mengsel helemaal gefermenteerd is. Zet de fermenterende vloeistof neer in een kamer met een temperatuur van zo’n 27° tot 29° C voor de beste, meest efficiënte fermentatie. Je kan, als je de verwarming niet zo hoog wilt zetten, ook de vloeistof verwarmen met een verwarmingsriem of met een gloeilamp. Laat wel het licht niet direct op de vloeistof schijnen.
      • Je kunt gist kopen die speciaal voor distilleren bedoeld is. Deze soort gist werkt heel goed en produceert tijdens het fermenteren veel ethanol en minder bijstoffen en soorten alcohol die niet gewenst zijn. Hoeveel gist je moet gebruiken, hangt af van de soort gist die je hebt.
      • Er kunnen voedingstoffen bij de gist in het pakje zitten. Voedingstoffen voor gist zijn nodig als je een mengsel gebruikt waar op zichzelf niet zoveel voedingstoffen in zitten, zoals mengsels van suiker, maar ze kunnen ook zorgen voor een betere fermentatie van mengels met veel voedingsstoffen zoals graanmengsels.

    Verzamel de gefermenteerde vloeistof. Giet de gefermenteerde, alcoholische vloeistof in een schoongemaakte en ontsmette emmer of fles of rechtstreeks in de distilleerketel. Zorg dat je gist die op de bodem ligt niet meegiet. Die kan namelijk aanbranden als je de distilleerketel gaat verhitten. Je kan de gefermenteerde vloeistof ook eerst nog eens zeven of op een andere manier filtreren voor je het gaat destilleren.

Distilleren

Bereid je voor op het distilleren. Distilleerketels verwarmen de gefermenteerde vloeistof met een relatief laag alcoholgehalte tot hij een temperatuur bereikt die hoger is dan het kookpunt van alcohol maar lager dan het kookpunt van water. Op deze manier verdampt de alcohol terwijl de grootste hoeveelheid van het water dat niet doet. De verdampte alcohol (en dat deel van het water dat toch verdampt is) gaat omhoog de kolom, pijp of buis van de ketel in. Die kolom, pijp, of buis wordt van buitenaf afgekoeld met koud water waardoor de verdampte alcohol afkoelt en condenseert en dus weer een vloeistof wordt. Deze alcoholische vloeistof wordt opgevangen en wordt je wodka.

  1. Verhit de gefermenteerde vloeistof in de ketel om het distillatieproces te beginnen. Hoe je je ketel moet verwarmen ligt aan wat voor ketel je hebt. Het kan op een gasbrander, houtvuur of een elektrische kookplaat. De gewenste temperatuur is 78,3° C op zeeniveau, maar de temperatuur mag in ieder geval niet boven het kookpunt van water komen, 100° C. Terwijl de gefermenteerde vloeistof verwarmt, verdampen de alcohol en andere stoffen en condenseren die weer in het door water gekoelde onderdeel van de distilleerketel.
  2. Gooi het eerste beetje weg. Het eerste beetje gedistilleerde vloeistof bevat veel kwalijke stoffen zoals methanol en andere gevaarlijke chemicaliën die je niet op wilt drinken. Als je 19 liter vloeistof distilleert dan moet je de eerste 30 milliliter gedistilleerde vloeistof weggooien.

    Verzamel de goede alcohol. Nadat je het eerste beetje hebt weggegooid, zal de volgende hoeveelheid gedistilleerde vloeistof de gewenste ethanolalcohol bevatten samen met wat water en andere stoffen. Als je een kolomketel met stromend koelwater gebruikt, kan je de hoeveelheid koelwater die je gebruikt, aanpassen om de hoeveelheid en de kwaliteit van de gedistilleerde vloeistof te beïnvloeden. Probeer ervoor te zorgen dat de hoeveelheid vloeistof die uit je ketel komt zo tussen de twee en drie theelepels per minuut is. Als er teveel, te snel gedistilleerd wordt, kan de kwaliteit achteruit gaan.
    Gooi het laatste beetje ook weg. Tegen het eind van het distilleren wanneer de temperatuur hoger wordt en rond de 100° C of daar boven komt te liggen. Dit laatste beetje bevat foezelolie. Dit laatste beetje is dus niet goed van smaak en moet weggegooid worden.
  3. Controleer het alcoholpercentage en de zuiverheid van de gedistilleerde vloeistof. Koel een beetje van je gedistilleerde vloeistof af tot zo’n 20° C en gebruik een alcoholmeter om het alcoholpercentage ervan te bepalen. Er kan te weinig alcohol in het distillaat zitten (minder dan 40 procent alcohol) of het kan te geconcentreerd zijn (hoger dan 50 procent alcohol). Wodka wordt meestal verdund voordat het gebotteld wordt, dus het distillaat kan een heel hoog alcoholpercentage hebben. Het distillaat kan ook te veel smaak hebben of te aromatisch zijn en moet dus misschien nog een keer gedistilleerd worden of gefilterd worden.
  4. Distilleer het distillaat nog een keer als dat nodig of gewenst is. Dit verhoogt het alcoholpercentage en zuivert het distillaat meer. Het is heel gebruikelijk om het distillaat 3 keer of vaker te distilleren om een wodka te krijgen die een hoge zuiverheid heeft.
Deel 6

Laatste stappen:

  1. Behandel het distillaat met een actief koolfilter als dat nodig is. Giet het distillaat door een koolfilter, die je op het internet kan kopen bijvoorbeeld, om ongewenste smaken en aroma’s te verwijderen. Een koolstof waterfilter kan ook aangepast worden om er de zuiverheid van je distillaat mee te vergroten.
    2. Verdun de wodka tot die de goede sterkte heeft. Voeg gedemineraliseerd water toe aan je wodka tot die het gewenste alcoholpercentage heeft. Gebruik een Alcoholmeter om het alcoholpercentage te meten.

    3. Bottel de wodka. Vul flessen met je wodka en sluit ze af met een kurk of dop. Je kunt dit het beste doen door te hevelen en de fles schuin te houden terwijl je hem vult. Je kunt daarna zelf etiketten maken als je dat wil. Je kan ook een speciale machine kopen om je flessen te vullen maar dat is wel duur en als je voor thuisgebruik produceert, kan je beter met de hand bottelen.