Aan de slag met drank stoken en distilleren
Denk eens aan een pannetje water dat je op het gas hebt staan. Wanneer je de pan opent, zie je dat er aan de binnenzijde druppels tegen de koude deksel zijn gecondenseerd. Proef eens: ze smaken naar… water. Dat valt tegen. Stel nu dat je in datzelfde pannetje wijn kookt en je proeft diezelfde druppels – dan zul je constateren dat die nog een beetje naar wijn, maar vooral heel erg naar alcohol smaken. Gefeliciteerd, je hebt het distilleren ontdekt. Een paar duizend jaar te laat om er patent op aan te vragen, maar toch heel knap.

Distillatie is een techniek om door middel van verdamping stoffen in een oplossing te scheiden. Die oplossing is in ons geval dus een alcoholhoudende drank en die stoffen zijn met name water en alcohol. De truc zit hem in de verschillende kookpunten (of damppunten) van deze stoffen. Alcohol kookt op zeeniveau al bij circa 78 °C, terwijl water zoals je weet pas bij 100 °C verdampt. Als je een mengsel van water en alcohol, zoals wijn uit het voorgenoemde voorbeeld, voorzichtig verhit, zal dus de alcohol in eerste instantie iets meer verdampen dan het water en zal de damp meer alcohol bevatten dan het oorspronkelijke mengsel. Door de damp af te voeren en vervolgens te condenseren, scheid je de alcohol van het water: distilleren. Op deze manier maken ze bijvoorbeeld ook benzine uit aardolie. Dat laatste moet je dan maar liever niet proberen met een pannetje op het gas, en ook niet proeven trouwens:+) Door het distilleren kun je een grove scheiding maken tussen de verschillende stoffen, maar geen precieze scheiding. Wil je wel een preciezere scheiding dan moet je het distilleren herhalen. Dat doen we dan ook, meestal (minimaal) twee keer: de ruwstook en de fijnstook.

Roodkoperen Moonshine Alambiek Distilleerketel | Drankstoken.nl

De Ruwstook
Deze eerste keer distilleren noem je de eerste stook of ruwstook. De ruwstook is vooral bedoeld om alle alcohol uit je basisdrank/stookwijn te krijgen (het ruwnat) zodat je het restant weg kunt gooien. Zo’n 10- of 20-liter emmer, of die vijftig flessen verzuurde wijn nemen toch een hoop ruimte in beslag in je keuken. Uitgaande van een basisdrank van een procent of 15 moet je na de eerste keer overhalen rekenen op een alcoholpercentage van rond de 35%. De rest is dus water. Als je het resultaat proeft, kun je je de naamgeving voorstellen: je herkent onmiskenbaar het fundament van een cognac of whisky maar het is nog grof, onverfijnd. Laten we zeggen: ruw. Dat komt doordat er in wijn, suikerwater of wat je dan ook wilt verstoken nooit alleen water en alcohol zitten. Het bevat ook andere vluchtige stoffen die zijn ontstaan tijdens de fermentatie. En niet een handjevol, maar duizenden. Gelukkig maar, anders zou elke drank naar wodka smaken. Sommige van die stoffen wil je graag terugzien in je distillaat. Ze zorgen voor smaak en geur. Het verschil tussen whisky en cognac zit hem grotendeels in de verschillende basisproducten. Andere stoffen hebben we liever niet, omdat ze niet lekker zijn, een kater geven of niet goed zijn voor de gezondheid. De belangrijkste zijn methanol die aan het begin van je distillatieproces uit je ketel komt druppelen en de zogenaamde ‘foezels’ of ‘foezelolie’. Dat is een verzamelnaam voor een reeks aan hogere alcoholen met ingewikkelde namen die zich aan het eind van het distillatieproces aandienen.

De Fijnstook
De tweede stook woord ook wel fijnstook genoemd. Doordat de ongewenste onderdelen van het distillaat zich respectievelijk aan het begin en aan het eind aandienen, stelt het je in staat ze te scheiden van waar we werkelijk in geïnteresseerd zijn: de alcohol. Dit doen we tijdens de tweede stook, daarin verstoken we het ruwnat uit de eerste stook nogmaals, maar maken daarbij een onderscheid tussen de ongewenste voor- en naloop van de gewenste middenloop. Deze tweede stook noem je dan ook de fijnstook. In het juist scheiden van deze ‘fracties’, niet te vroeg en niet te laat, toont zich de hand van de meester. Pure alcohol is namelijk gewoon saaie wodka, en minimale hoeveelheden van met name de naloop geven smaak aan je distillaat. Het resultaat van deze fijnstook is meestal een alcoholpercentage van rond de 70 à 80%. Dit trucje kun je herhalen. Hoe hoger het uiteindelijk alcoholgehalte, hoe zuiverder en hoe verfijnder je distillaat, tot het uiteindelijk gewoon smakeloos wordt. Wodka wordt bijvoorbeeld wel tot 90-95% gedistilleerd, en dan vaak ook nog via bijvoorbeeld koolstof ontdaan van alle smaak, terwijl cognac bijvoorbeeld meer richting de 60-80% gaat. Het zal je opvallen dat dit niet de percentages zijn die je op je fles van de slijter ziet staan (tenzij je in Rusland woont). Gedistilleerde alcohol wordt, na het rijpen (zie verderop) maar voor hij op fles gaat, dan ook vrijwel altijd verdund met water.

Het rijpen van je distillaat
Vers uit de ketel is je distillaat nog niet wat hij kan zijn. Een distillaat moet rijpen. Het is niet voor niks dat je voor flessen twintig jaar oude whisky meer betaalt dan voor eentje van drie jaar oud. Dat rijpen gebeurt op circa 55-65%, dus niet op de 35% die jij gewend bent te drinken, die krijgt hij pas vlak voor hij op fles gaat. Het rijpen hoeft overigens helemaal niet op hout en ook geen twintig jaar. De meeste witte dranken als wodka, jenever en eau de vie rijpen maar een paar weken in glas of roestvrijstalen(RVS) vaten. Genoeg om stoffen op elkaar in te laten werken en nieuwe combinaties te vormen. ‘Bruine’ dranken als whisky, cognac en calvados rijpen over het algemeen op hout. Voordat gedistilleerde dranken op fles gaan, worden ze verdund tot fles sterkte, vaak rond de 35-40%. Daarnaast kan er wat gepimpt worden, bij voorbeeld met karamel voor een mooie bruine kleur of met een beetje suiker.

wijnvat rvs 5 liter

RVS wijnvat

Bron: boek “over drank” Wateetons. Zie ook onze complete pakketten inclusief boek.

Enthousiast geworden? Ga naar onze koperen distilleerketels.


Whiskey maken

Whiskey is een een van de meest populaire soorten gedistilleerde alcoholische dranken, gemaakt van vergiste granen. Het type van de graan van voorkeur varieert van regio tot regio, variërend van gerst (zeer populair in Schotland), gemoute gerst, rogge, tarwe en maïs (die het belangrijkste ingrediënt is van de Amerikaanse Bourbon). Een uitzondering wordt gemaakt voor de Indiase whiskey, die traditioneel wordt gemaakt niet van vergiste granen, maar van gefermenteerde stroop.

Het bestaan van whiskey kan worden herleid tot de oude tijden, bijna 2000 v.Chr. in de koninkrijken van het oude Babylon en Mesopotamië. Echter, de moderne geschiedenis van de whiskey begon tussen 11e en 13e eeuw, toen christelijke monniken de kunst van het distilleren naar de Noord-Engeland gebieden van Schotland brachten. Gedurende die tijd begon de kunst van het distilleren haar vooruitgang, en werden de regio’s van Schotland (zeer geschikt voor de productie van graan producten) ‘s werelds meest populaire producenten van whisky.

Het basisproces van de whisky productie veranderde niet in de afgelopen 200 jaar. Technologische vooruitgang maakte het de brouwers mogelijk om elk aspect van dit proces te controleren, maar de fundamenten (gebruik van water, gerst en gist) en de lokale wetten zorgden ervoor dat de originele recepten, die de oorspronkelijke populariteit gaf aan dit fascinerende drankje, te behouden.

De basisprocessen in de creatie van whisky:

Mouten (Malting)

De belangrijkste component van gerst die verantwoordelijk is voor de creatie van alcohol is zetmeel. Om dit effect optimaal te benutten moet de gerst kiemen, vaak “mouten” genoemd. Als de brouwerij de graan heeft gekozen die het wil gebruiken, legt het het in water te week en spreidt het op de vloer van het zogenaamde “malting house”. Na enkele dagen van stilliggen (graan moet regelmatig worden gedraaid om een constante temperatuur te behouden), wordt het proces van mouten gestopt door snelle droging in een oven (Schots gerst wordt vaak gedroogd met turfrook, die specifieke aroma’s geeft aan het eindproduct). Nadat het gedroogde mout is gemalen in een molen, wordt ook alle vuil verwijderd, oftewel “het kaf van het koren”.

Maischen (Mashing)

De extractie van de suiker uit het graan wordt gedaan door het toevoegen van heet water, die de suikers naar de bodem van de pot laat zinken. De kwaliteit en het type van het water is van belang voor het eindproduct – natuurlijk bronwater bevat meestal grote variëteiten aan mineralen. Het toevoegen van heet water wordt tweemaal herhaald, maar het verwijderen van het suikerrijke water van de bodem van het vat wordt alleen de eerste twee keer gedaan. De opbrengst van de laatste verwijdering wordt niet gebruikt voor de productie van whisky, maar wordt als veevoer gebruikt.

 

Vergisting

Het gistingsproces bij whisky maken vindt plaats in tanks genoemd washbacks. Na toevoeging van de zorgvuldig geselecteerde gist begint de gisting en wordt de suiker langzaam veranderd in alcohol. Na ongeveer twee dagen stopt de gisting en heeft de vloeistof een alcoholgehalte van slechts 5-15%.

Distillatie

Het distillatieproces wordt gebruikt om het alcoholpercentage te verhogen tot 90% en de ongewenste stoffen (zoals methanol) uit het mengsel te verwijderen. De meerderheid van de Schotse whisky wordt twee keer gedistilleerd, de Ierse drie keer maar sommige recepten vereisen zelfs 20 distillaties. Het proces zelf wordt gedaan in traditionele Schotse pot stills (meest geschikt voor single malts), Coffey stills (die zijn beter geschikt voor grain whisky) of industriële “continuous” distilleerderijen. In elk geval wordt de gefermenteerde vloeistof verhit tot het kookpunt (lager dan die van het zuivere water), die voor de verdamping van de alcohol zorgt en het opvangen van de stoom in de condensor. De geproduceerd vloeistof heeft een alcoholgehalte van 20% en moet opnieuw worden verwerkt. Na de tweede distillatie kan de vloeistof het maximaal toegestane percentage van 94,8% alcohol bereiken dat wordt afgedwongen door de Schotse wetten en die van vele andere landen.

Rijping

Voordat de whisky ter rijping in eikenhouten vaten wordt gelegd, vereisen veel recepten verdunning van de whisky tot ongeveer 63 tot 64% van het alcoholgehalte. Na een verblijf van enkele jaren in vaten (met de tijd variërend in verschillende landen – Amerika twee jaar, Schotland en Ierland drie jaar), absorbeert whisky verschillende componenten van het hout waardoor de smaak en kleur verandert. Veel van de bekende whisky merken hebben een heel lang rijpingsproces, variërend van 3 tot 4 keer zo lang dan vereist door de wet.

Botteling en laatste processen bij whiskey maken

Voordat whisky wordt gebotteld, zijn nog een paar laatste processen vereist. Filtratie wordt gedaan om de ongewenste aanwezigheid van zuuresters te verwijderen die zichtbaar worden in de fles na langdurige blootstelling aan een koude omgeving. Tot slot wordt de kleuring van de whisky gedaan door het toevoegen van strikte hoeveelheden caramel.

Kijk hier voor onze whiskey stookketels.


Zelf wijn maken?

Wil jij zelf je eigen wijn maken? Zelf wijn maken is makkelijker dan je denkt! Je kunt niet alleen je eigen smaak bepalen, je houdt er ook nog eens een goede voorraad aan over. Ideaal voor speciale gelegenheden of een spontaan bezoek van vrienden of familieleden!

Ingrediënten wijn maken

De belangrijkste ingrediënten voor het maken van wijn zijn (druiven)sap, (wijn)gist, suiker, zuren en gistvoedingszout. Uiteindelijk kun je zelf ingrediënten toevoegen en zo je eigen smaak bepalen. Door zelf te experimenteren met bijvoorbeeld de hoeveelheid suiker, ontstaan de lekkerste smaken!

Materialen om zelf wijn te maken

De materialen voor het gisten van wijn bestaat uit:

  • Witte emmer
  • Theedoeken
  • Zeef
  • Trechter
  • Houten lepel
  • Gistingsfles
  • Waterslot en hevel stang
  • Schone wijnflessen

Basis stappenplan

1) Pers de druiven en voeg water toe

Heb je zelfgekweekte druiven? Pers deze druiven dan met je handen of een stamper en voeg vervolgens gefilterd water of bronwater toe. Dus geen kraanwater! Aan kraanwater worden stoffen toegevoegd die een directe invloed heeft op de smaak van de wijn.

2) Voeg de suiker (of honing) toe

De hoeveelheid suiker heeft een directe invloed op de smaak van je wijn. Mocht je van zoete wijn houden, dan kun je dus extra suiker toevoegen.

3) Voeg de gist toe en roer de gist

Door de gist toe te voegen en te roeren ontstaat er een most. Dit is in de wijnmakerij de naam voor het versgeperste, maar nog niet vergiste sap van druiven of andere vruchten.

4) Dek het af en laat het een nacht staan

De fles of emmer dek je af met een theedoek. Op deze manier komt er voldoende zuurstof binnen en voorkom je dat er fruitvliegjes, die azijnbacteriën met zich meedragen, of stof in je wijn belandt.

5) Roer de most een paar keer per dag

Als je de most begint te roeren, zou het mengsel moeten gaan bubbelen. Op deze manier wordt het gistingsproces in gang gezet.

6) Zeven en hevelen

Na een paar dagen zal de vloeistof minder bubbelen. De vaste stoffen kunnen eruit gezeefd worden en het mengsel kan overgeheveld worden naar een gistingsfles. Vervolgens breng je een waterslot aan zodat de gassen die tijdens het gistingsproces ontstaan kunnen ontsnappen.

7) Rijpen

Hoe langer je rijpt, hoe beter de smaak. Mocht je extra honing of suiker hebben toegevoegd dan kun je het best langer rijpen om te voorkomen dat de wijn te zoet uitpakt.

8) Bottel je wijn en serveer!

Hevel je wijn over naar schone flessen en jij kunt genieten van je eigen gemaakte wijn! De wijn op een prachtige manier uitserveren of bewaren? Maak dan gebruik van ons drank / likeurvat . om uw drank te laten rusten en te bewaren. Op deze manier hoef je de wijn niet opnieuw over te hevelen.

 


Houten of RVS wijnvat kopen?

Het opslaan van drank is niets nieuws en gebeurt al eeuwenlang. Vaak wordt dit gedaan in een houten wijnvat, maar dit heeft niet altijd het gewenste effect op de smaak van de wijn. Naast houten wijnvaten zie je ook steeds vaker RVS wijnvaten. In dit blog leggen we je het verschil uit tussen de houten- en RVS wijnvaten. Elk materiaal heeft namelijk zo zijn voor- en nadelen.

Waarom zijn de meeste wijnvaten van hout?

De meeste wijnvaten die je ziet zijn van hout en dit heeft vooral een praktische redenen en is niet smaak gerelateerd. Vroeger werd bijna alles in houten vaten, per schip, vervoerd. Wanneer je iets per schip vervoert is het belangrijk dat het tegen een stootje kan en extreme weersomstandigheden kan weerstaan. Eikenhout was hier de beste oplossing voor. Vandaar de houten wijnvaten.

De invloed van een wijnvat op de smaak

Na het verschepen van wijn in houten vaten werd er ontdekt dat de smaak van de wijn tijdens het verschepen veranderde. De wijn kreeg een toegevoegde smaak naar de hand van het soort hout waar het vat van gemaakt is. Dit effect is het meest gunstig voor oxidatieve wijnen, hout brengt hierin complexere geuren en smaken naar boven. Dit soort wijnen zijn dan wel vaak voor de echte kenners. Wanneer je jonge, frisse en fruitige wijnen maakt wil je liever niet dat deze een toegevoegde smaak van het hout krijgen.

RVS wijnvat kopen of toch een houten vat?

Dus wat kun je nu het beste doen wanneer je je wijn wilt bewaren? Voor jonge, frisse en fruitige wijnen adviseren wij het RVS bewaarvaten. Voor oxidatieve wijnen zijn beide eigenlijk een goede optie, een RVS wijnvat doet hetzelfde als een houten wijnvat alleen zonder de extra smaak. Uiteindelijk komt het neer op persoonlijke voorkeur bij de oxidatieve wijnen. Echter zou een RVS wijnvat waarschijnlijk wel een betere keuze zijn aangezien je deze vaker kan gebruiken dan een houten wijnvat. Daarnaast kun je een RVS wijnvat gebruiken voor zowel jonge, frisse en fruitige wijnen als voor oxidatieve wijnen omdat de wijn niet in het RVS trekt en wel in het hout.

Wil je meer weten over de verschillende soorten wijnvaten of over het zelf maken van wijn? Neem dan gerust contact met ons op. Onze medewerkers vertellen je er graag meer over.


Jenever maken

Ben je van plan om zelf drank te gaan stoken en dan specifiek om Jenever te maken? In Nederland zijn er veel liefhebbers van deze alcoholische drank. Het is een zuiver distillaat dat gemaakt is van graan of melasse, jeneverbessen en kruiden. Nederlanders zijn er van overtuigd dat jenever al sinds de 17 eeuw uit Nederland komt en hier is uitgevonden. Onze Belgische buren zijn er van overtuigd dat zij de jonge jenever hebben ontdekt. Leuk om te weten is dat jenever sinds 2008 een beschermde geografische aanduiding heeft gekregen. Dit betekent dat deze drank alleen in Nederland, België en enkele Duitse en Franse provincies gedestilleerd mogen worden.

Zelf jenever maken

Bij het stoken van jenever begin je met het uitzoeken van geschikt graan. In principe kan elk soort graan gebruikt worden maar de meest populaire granen zijn gerst, rogge, tarwe en mais.

Basisrecept voor 1 liter jenever:

  • 1 liter vodka, brandewijn of alcohol +/- 40 vol%
  • 20 gram jeneverbessen
  • 0,5 – 1 gram koriander (+/- 0,25 / 0,5 theelepel)
  • 0,5 kruidnagel
  • ½ stokjes zoethout (kalichenhout)
  • 1 theelepel honing (of suiker)

Werkwijze jenever stoken

  1. Giet de vodka, alcohol of brandewijn in een oplegbokaal of aangepaste fles en vermeng de kruiden in de drank (zonder de honing).
  2. Sluit de fles of bokaal af en laat deze twee weken trekken bij kamertempratuur. Schud de fles of bokaal af en toe, proef, en bij zwakke jeneversmaak verhoog het aantal jeneverbessen tot 15 gram of laat het langer trekken.
  3. Bij te zwakke kruidensmaak verhoog de hoeveelheid koriander. Bij aanpassingen laat je de jenever nog enkele dagen trekken.
  4. Drank laten bezinken en hevel het klare gedeelte voorzichtig af.
  5. Drank filteren, bijvoorbeeld door een koffiefilter.
  6. Voeg na het filteren een theelepel honing (of wat suiker) toe. Dit doe je om de bittere smaak van de jenever af te halen.
  7. Giet de drank in een zuivere fles of kruik.
  8. Laat de drank nog wat narijpen (de drank wordt hierdoor wat voller van smaak).

Het leuke aan jenever stoken is dat er gespeelt kan worden met de kruiden. Aan jenever wordt naast het basiskruid (jeneverbessen) ook nog het volgende toegevoegd: St. Janskruid, engelwortel, kaneel, snuifje nootmuskaat, 1 kruidnagel, wat geplet anijszaad, koriander, citrus schillen en gedroogde schillen van bittere sinaasappel. Wij raden niet aan om alle kruiden te gebruiken maar een beetje spelen kan geen kwaad. Dus experimenteer zelf tijdens het stoken van je eigen jenever!

 

 


Koperen distilleerketel

Wanneer u uw eigen drank wilt maken heeft u minimaal een ketel nodig. Distilleerketels zijn er in verschillende soorten, één daarvan is de koperen distilleerketel. Deze ketel is de makkelijkste optie wanneer u snel wilt beginnen met drank stoken.

Waarom zijn distilleerketels van koper?

U vraagt zich misschien af waarom distilleerketels vaak van koper zijn. Dit heeft niet alleen te maken met de mooie uitstraling van koper, maar vooral omdat dit materiaalsoort makkelijk te vormen is. Veel makkelijker dan de meeste andere materialen die gebruikt kunnen worden voor een distilleerketel. Daarnaast is koper een eersteklas hittegeleider wat van groot belang is bij het maken van uw eigen alcohol.

Waarom een koperen distilleerketel kopen?

Koper wordt dus veel gebruikt voor het maken van distilleerketels omdat het een goede hittegeleider is. Maar waarom worden de ketels niet van roestvrijstaal gemaakt? Dat is immers ook een eersteklas hittegeleider. En ook nog duurzaam. Hier is een goede reden voor. Ten eerste wordt de smaak van de drank tijdens het distilleren op verschillende manieren beïnvloed. Zo kan de duur van het distilleren en de lengtes van de voor-, midden- en naloop een effect hebben op de smaak. Ten tweede blijkt dat het materiaal waar de distilleerketel van is gemaakt ook effect heeft op de smaak van de drank. Dit betekent ook dat het belangrijk is welke “condenser” er wordt gebruikt. Van de twee types komt de “worm tube” het meest in contact met koper. Dit geldt voornamelijk voor het maken van je eigen whisky.

Koperen distilleerketels van drankstoken.nl

De prachtige koperen distilleerketels van drankstoken.nl zijn zowel geschikt voor de professional als voor de beginner. De ketel heeft een inhoud van 100 liter. De stookketels zijn perfect afgewerkt en er kan zowel op gas als op hout gestookt worden. Verder zijn de ketels voorzien van een thermometer en een gratis zware gasbrander. Zo kunt u gelijk beginnen met het stoken van uw eigen drank. Tot slot zijn deze ketels voorzien van een mixer welke met de hand bediend kan worden om aankoeken in de ketel te voorkomen.

Koper geeft niet alleen een mooie uitstraling aan de distilleerketel, maar heeft ook een essentieel effect op de smaak van uw zelfgemaakte drank. Niet alleen tijdens het distilleren maar ook tijdens het condenseren.

Heeft u vragen over een (koperen) distilleerketel? Neem vrijblijvend contact op met één van onze professionals. Zij helpen u graag!


Bent u van plan om zelf drank te gaan stoken? Dan heeft u natuurlijk een distilleerketel nodig. Maar dat is niet het enige dat u nodig hebt. Een ander essentieel onderdeel dat u nodig heeft bij het zelf drank stoken is een alcoholmeter. Wij leggen u graag het belang van een alcoholmeter kopen uit in dit blog.

Alcoholmeter gebruiken

Het belangrijk om te weten hoe u een alcoholmeter moet gebruiken. Om het alcoholpercentage van de zelf gestookte drank te meten laat u de onderzijde van de meter in het distillaat zakken. Laat de meter even zo staan. Vervolgens kunt u de meter aflezen om te zien hoeveel alcohol uw eigen gestookte drank bevat. Een belangrijk aandachtspunt bij het meten van het alcoholpercentage is de temperatuur van de gestookte drank. Wanneer de drank precies 20 graden Celsius is, is de meting het meest accuraat. Als vuistregel kunt u het volgende aanhouden:

  • Bij elke graad boven de 20° C moet er 0,2% alcohol afgetrokken worden van de waarde van de meting
  • Bij elke graag onder de 20° C moet er 0,2% alcohol opgeteld worden bij de waarde van de meting

Alcoholmeter kopen

Een alcoholmeter kopen is heel eenvoudig in onze webshop. Onze producten zijn van de beste kwaliteit en tegen een scherpste prijs verkrijgbaar. Wanneer u een alcoholmeter bij uw distilleerketel aanschaft leveren wij deze direct uit voorraad en berekenen wij geen verzendkosten. Dat is voordelig en snel een alcoholmeter kopen. Heeft u vragen over de meter of over één van onze andere producten? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag verder.


Wodka maken

Wodka is een neutrale sterke drank zonder specifiek karakter, aroma, smaak of kleur. Deze eigenschappen worden ontwikkeld tijdens het distillatieproces of door ruw gedistilleerde sterke dranken te behandelen met actieve kool of andere materialen. Goed gedistilleerde wodka kan ook nog verder gezuiverd en verfijnd worden door het te behandelen met actieve kool en andere materialen. Wodka wordt normaal gesproken niet gerijpt en kan gemaakt worden van granen, aardappels, suikers, fruitsoorten en zo’n beetje alle andere producten die tot alcohol kunnen worden gefermenteerd. Dit maakt dat wodka een voordelige sterke drank is die eenvoudig en snel gemaakt kan worden van gemakkelijk te verkrijgen materialen.

Ingrediënten uitkiezen

  1. Kies de ingrediënten die je wilt fermenteren tot wodka. Wodka wordt normaal gemaakt van tarwe, rogge, gerst, mais of aardappels. Je kan ook suiker en melasse gebruiken, zowel als hoofdingrediënt of samen met andere ingrediënten. Er is zelfs een distillateur die een innovatieve wodka maakt van rode Pinot Noir wijn. Wat je ook kiest, er moeten wel suikers of zetmeel inzitten. Dit is namelijk nodig om alcohol te produceren. Gist eet suikers of zetmeel op en stoot daarna alcohol en koolstofdioxide uit.

    • Als je wodka van granen of aardappels maakt, moet je een brij maken die actieve enzymen bevat die het zetmeel uit de granen of aardappels afbreken en omzetten in suikers die gefermenteerd kunnen worden.
    • Vruchtensap bevat al suikers dus als je dit gebruikt, heb je geen enzymen nodig die zetmeel afbreken. Als je wodka maakt van suikers hoef je het, net zoals bij wodka van vruchtensap, alleen te laten fermenteren en hoef je dus geen brij te maken.
    • Als je wodka maakt van een drank die al gefermenteerd is zoals wijn kan je het meteen distilleren en er wodka van maken.
  2. Controleer of je voldoende van alle ingrediënten voor je brij hebt. Als je besloten hebt om bijvoorbeeld alleen aardappels te gebruiken voor je wodka, dan zullen ze een beetje extra hulp nodig hebben om hun zetmeel om te zetten in suikers. Daar zijn de enzymen voor. Gebruik deze tabel om te kijken of je extra enzymen aan je brij moet toevoegen om zetmeel in suikers om te zetten:

    Ingrediënten die je nodig hebt om je brij te maken
    Ingrediënten Heeft enzymen nodig? Toevoegingen
    Granen en aardappels Ja. Granen en aardappels zijn bronnen van zetmeel, niet suikers. Enzymen zijn dus nodig om het zetmeel om te zetten in suikers.
    Gemoute granen zoals gemout gerst en gemoute tarwe Nee. In gemoute granen zitten van nature al een hoop enzymen die het zetmeel omzetten in suikers die gefermenteerd kunnen worden. De enzymen in gemoute granen worden geactiveerd wanneer het graan openbarst en korte tijd wordt blootgesteld aan warm water. Gemalen en gemoute granen kunnen alleen gebruikt worden, aangezien ze zetmeel bevatten, of je kan ze toevoegen aan een zetmeelrijke maar enzymarme brij. Kies gemoute granen die rijk aan enzymen zijn, zoals bijvoorbeeld gemoute tarwe.
    Geraffineerde suiker en melasse Nee. Deze bevatten natuurlijk al suikers en hierdoor heeft het gist geen extra enzymen nodig. Je kan wodka maken van alleen suiker of je kan suiker toevoegen aan zetmeelrijke brijen zodat er meer fermenteerbare materialen in zitten.
  3. Controleer of de ingrediënten van je brij extra enzymen nodig hebben. Je kan amylase enzymen poeder dat geschikt is voor consumptie kopen op internet. Voeg dit poeder toe aan je brij om zetmeel in suikers om te zetten als je bijvoorbeeld aardappels gebruikt. Gebruik de hoeveelheid die aanbevolen wordt voor de hoeveelheid zetmeel die omgezet moet worden. Je hoeft geen gemoute, enzymrijke granen zoals gemoute gerst te gebruiken als je enzymen poeder gebruikt.

    • Om de enzymen zetmeel om te laten zetten in suikers, ook het zetmeel van gemout, enzymrijk graan, moet het zetmeel eerst gegelatineerd worden. Gevlokte granen zijn vaak al gegelatineerd. Ingrediënten die niet gegelatineerd zijn, zoals aardappels en ongevlokte of gemoute granen, moeten verwarmd worden in water tot ze op de temperatuur komen waarop het zetmeel gegelatineerd wordt. Aardappels gelatineren meestal rond de 66° C en gerst en tarwe gelatineren meestal rond dezelfde temperatuur. Dus hoeft een brij van aardappels alleen maar verwarmd te worden tot 66° C. Als je de aardappels verwarmt tot een lage temperatuur moeten ze heel fijn versnipperd worden voordat je ze in het water doet.
    • Enzymen die zetmeel omzetten, werken alleen op heel specifieke temperaturen en worden vernietigd als ze te heet worden. 66° C is een goede temperatuur maar als ze verhit worden tot boven de 70° C zullen ze vernietigd worden. De absolute maximum temperatuur die ze aankunnen is 74° C; in deze temperatuur zullen de enzymen een tijd hun werk doen en je kan dus ook je brij tot deze temperatuur verhitten, maar het grootste deel van de enzymen zal vernietigd worden.

     

    • 1 Probeer een tarwebrij. Verhit in een pot met een volume van 38 liter met een deksel 23 liter water tot 74° C. Voeg 7,6 kilogram droge, gevlokte tarwe toe en roer het door. Controleer de temperatuur en zorg dat die tussen de 66° C en 68° C blijft. Roer er nu 3,8 kilogram geplette en gemoute tarwe door. De temperatuur moet nu zo’n 65° zijn. Doe nu de deksel op de pot en laat het mengsel 90 minuten rusten terwijl je er af en toe in roert. Tijdens deze 90 minuten wordt het zetmeel omgezet in suikers en zou het mengsel een stuk minder dik en stroperig moeten worden. Laat na 90 minuten tot 2 uur het mengsel afkoelen tot een temperatuur van 27°C tot 29° C. Laat het een nacht staan en langzaam afkoelen, maar laat het wel niet te ver onder de 27° C komen.

    • 2 Probeer een aardappelbrij. Maak 9 kilogram aardappels schoon. Kook ze ongeveer een uur met schil in een grote pan tot ze gegelatineerd zijn. Gooi het water weg en stamp de aardappels goed fijn met een stamper of in een keukenmachine. Doe de gestampte aardappels terug in de pan en voeg er 19 tot 22 liter water aan toe. Roer dit goed door tot je een emulsie krijgt en verwarm het tot zo’n 66° C. Voeg 1 kilogram geplette en gemoute gerst of tarwe aan het mengsel toe en roer dit goed door. Doe de deksel op de pan en laat het zo’n 2 uur staan. Roer er wel af en toe even doorheen. Laat het ‘s nachts afkoelen tot tussen de 27°C en 29° C.

      • Als je je brij langzaam laat afkoelen geef je de enzymen uit de gemoute gerst ook meer tijd om het aardappelzetmeel af te breken.
      3 Probeer een maisbrij. Maak een brij zoals je dat ook gedaan hebt bij het recept voor de tarwebrij, maar vervang de tarwe met gevlokte, gegelatineerde mais. Je kan ook je mais laten ontkiemen en dan hoef je geen gemout graan aan je brij toe te voegen. Er moet uit iedere maiskorrel een wortel van zo’n 5 cm komen. De ontkiemde mais bevat enzymen die zijn gevormd tijdens het ontkiemingsproces.

 Fermenteren
  1. Maak al je benodigdheden schoon en bereid je werkplek voor. Het fermenteren gebeurt in schone en ontsmette vaten die soms open zijn, maar meestal luchtdicht afgesloten zodat er geen besmettingsgevaar is. Het fermenteren duurt meestal zo’n drie tot vijf dagen.

    • Fermenteren kan ook in vaten die niet zijn schoongemaakt of ontsmet en het resultaat zal ook drinkbare alcohol zijn, maar omdat er misschien nog bacteriën of gistresten in de vaten zitten, kunnen tijdens het fermenteren ongewenste smaken of een hogere hoeveelheid alcohol ontstaan.
    • Er zijn speciale schoonmaakmiddelen te koop op het internet zoals B-Brite en het ontsmettingsmiddel iodophor. Deze kan je kopen om je vaten schoon te maken.[5]
  2. Kies en installeer je waterslot. Een waterslot is een mechanisme waardoor CO² kan ontsnappen zonder dat O² er weer in kan. Een brij van 19 liter die je hebt laten uitlekken kan je laten fermenteren in een emmer met een inhoud van 28 liter of in een gistingsfles met een inhoud van 23 liter. Op een emmer moet een deksel bevestigd worden en er zijn speciale doppen voor gistingsflessen, maar je mag de fles of emmer nooit helemaal afsluiten aangezien de druk die opgebouwd wordt door de koolstofdioxide ervoor kan zorgen dat de fles of emmer ontploft. Daarom moet je een waterslot aan de deksel of dop bevestigen.
    • Als je je mengsel laat fermenteren in een open emmer of bak, leg dan een kaasdoek over de emmer heen zodat er geen insecten of andere ongewenste dingen in vallen.

    3. Laat je brij uitlekken in de emmer of fles waarin je gaat fermenteren. Als je een brij hebt gemaakt, gebruik dan een fijne zeef om alle vloeistof uit je brij te laten lekken en laat die vloeistof in je goed schoongemaakte fles of emmer lopen. Probeer de vloeistof er goed in te laten spatten en schenk hem er van zo hoog mogelijk af in. Zo komt er veel zuurstof in de vloeistof. Gist heeft in het begin zuurstof nodig om te groeien en goed te gaan fermenteren. Dit komt doordat gist celmateriaal in de vorm van lipiden maakt van zuurstof. Maar nadat de gist door deze groeifase heen is, mag er geen zuurstof meer bij komen. Gist maakt namelijk alcohol als er geen zuurstof aanwezig is.

    • Je kan als alternatief ook je brij laten fermenteren zonder dat je deze eerst laat uitlekken. Maar als je dit doet, moet je op een andere manier zorgen dat er lucht in de brij komt. Je kan bijvoorbeeld een zuurstofpomp uit een aquarium gebruiken of een zuurstofsteen. Je moet ook eerst wat van het vocht uit de brij afgieten. Het is ook makkelijker om de kleinere hoeveelheid brij die je overhoudt na het afgieten te fermenteren, aangezien de brij tijdens het fermenteren uit de fles of emmer over kan vloeien.
    • Als je een mengsel gemaakt van suiker gebruikt, moet je daar ook zoveel mogelijk zuurstof doorheen mengen door het hoog in te gieten en goed te laten spatten.
    • Als je vruchtensap gebruikt, giet het dan ook vanaf zo hoog mogelijk in de fles of emmer en laat het door een zeef lopen.

     

    • Voeg gist toe aan het mengsel dat je wilt laten fermenteren. Als je korrelgist gebruikt, is het het beste om dat eerst te hydrateren. Roer de gist daarna met een schone, ontsmette lepel door je mengsel. Als je een waterslot gebruikt, zal dit gaan bubbelen tijdens het fermenteren. Als het fermenteren bijna klaar is zal het bubbelen afnemen of helemaal stoppen als je mengsel helemaal gefermenteerd is. Zet de fermenterende vloeistof neer in een kamer met een temperatuur van zo’n 27° tot 29° C voor de beste, meest efficiënte fermentatie. Je kan, als je de verwarming niet zo hoog wilt zetten, ook de vloeistof verwarmen met een verwarmingsriem of met een gloeilamp. Laat wel het licht niet direct op de vloeistof schijnen.

      • Je kunt gist kopen die speciaal voor distilleren bedoeld is. Deze soort gist werkt heel goed en produceert tijdens het fermenteren veel ethanol en minder bijstoffen en soorten alcohol die niet gewenst zijn. Hoeveel gist je moet gebruiken, hangt af van de soort gist die je hebt.
      • Er kunnen voedingstoffen bij de gist in het pakje zitten. Voedingstoffen voor gist zijn nodig als je een mengsel gebruikt waar op zichzelf niet zoveel voedingstoffen in zitten, zoals mengsels van suiker, maar ze kunnen ook zorgen voor een betere fermentatie van mengels met veel voedingsstoffen zoals graanmengsels.

    Verzamel de gefermenteerde vloeistof. Giet de gefermenteerde, alcoholische vloeistof in een schoongemaakte en ontsmette emmer of fles of rechtstreeks in de distilleerketel. Zorg dat je gist die op de bodem ligt niet meegiet. Die kan namelijk aanbranden als je de distilleerketel gaat verhitten. Je kan de gefermenteerde vloeistof ook eerst nog eens zeven of op een andere manier filtreren voor je het gaat destilleren.

Distilleren

Bereid je voor op het distilleren. Distilleerketels verwarmen de gefermenteerde vloeistof met een relatief laag alcoholgehalte tot hij een temperatuur bereikt die hoger is dan het kookpunt van alcohol maar lager dan het kookpunt van water. Op deze manier verdampt de alcohol terwijl de grootste hoeveelheid van het water dat niet doet. De verdampte alcohol (en dat deel van het water dat toch verdampt is) gaat omhoog de kolom, pijp of buis van de ketel in. Die kolom, pijp, of buis wordt van buitenaf afgekoeld met koud water waardoor de verdampte alcohol afkoelt en condenseert en dus weer een vloeistof wordt. Deze alcoholische vloeistof wordt opgevangen en wordt je wodka.

  1. Verhit de gefermenteerde vloeistof in de ketel om het distillatieproces te beginnen. Hoe je je ketel moet verwarmen ligt aan wat voor ketel je hebt. Het kan op een gasbrander, houtvuur of een elektrische kookplaat. De gewenste temperatuur is 78,3° C op zeeniveau, maar de temperatuur mag in ieder geval niet boven het kookpunt van water komen, 100° C. Terwijl de gefermenteerde vloeistof verwarmt, verdampen de alcohol en andere stoffen en condenseren die weer in het door water gekoelde onderdeel van de distilleerketel.
  2. Gooi het eerste beetje weg. Het eerste beetje gedistilleerde vloeistof bevat veel kwalijke stoffen zoals methanol en andere gevaarlijke chemicaliën die je niet op wilt drinken. Als je 19 liter vloeistof distilleert dan moet je de eerste 30 milliliter gedistilleerde vloeistof weggooien.

    Verzamel de goede alcohol. Nadat je het eerste beetje hebt weggegooid, zal de volgende hoeveelheid gedistilleerde vloeistof de gewenste ethanolalcohol bevatten samen met wat water en andere stoffen. Als je een kolomketel met stromend koelwater gebruikt, kan je de hoeveelheid koelwater die je gebruikt, aanpassen om de hoeveelheid en de kwaliteit van de gedistilleerde vloeistof te beïnvloeden. Probeer ervoor te zorgen dat de hoeveelheid vloeistof die uit je ketel komt zo tussen de twee en drie theelepels per minuut is. Als er teveel, te snel gedistilleerd wordt, kan de kwaliteit achteruit gaan.
    Gooi het laatste beetje ook weg. Tegen het eind van het distilleren wanneer de temperatuur hoger wordt en rond de 100° C of daar boven komt te liggen. Dit laatste beetje bevat foezelolie. Dit laatste beetje is dus niet goed van smaak en moet weggegooid worden.
  3. Controleer het alcoholpercentage en de zuiverheid van de gedistilleerde vloeistof. Koel een beetje van je gedistilleerde vloeistof af tot zo’n 20° C en gebruik een alcoholmeter om het alcoholpercentage ervan te bepalen. Er kan te weinig alcohol in het distillaat zitten (minder dan 40 procent alcohol) of het kan te geconcentreerd zijn (hoger dan 50 procent alcohol). Wodka wordt meestal verdund voordat het gebotteld wordt, dus het distillaat kan een heel hoog alcoholpercentage hebben. Het distillaat kan ook te veel smaak hebben of te aromatisch zijn en moet dus misschien nog een keer gedistilleerd worden of gefilterd worden.
  4. Distilleer het distillaat nog een keer als dat nodig of gewenst is. Dit verhoogt het alcoholpercentage en zuivert het distillaat meer. Het is heel gebruikelijk om het distillaat 3 keer of vaker te distilleren om een wodka te krijgen die een hoge zuiverheid heeft.
Deel 6

Laatste stappen:

  1. Behandel het distillaat met een actief koolfilter als dat nodig is. Giet het distillaat door een koolfilter, die je op het internet kan kopen bijvoorbeeld, om ongewenste smaken en aroma’s te verwijderen. Een koolstof waterfilter kan ook aangepast worden om er de zuiverheid van je distillaat mee te vergroten.
    2. Verdun de wodka tot die de goede sterkte heeft. Voeg gedemineraliseerd water toe aan je wodka tot die het gewenste alcoholpercentage heeft. Gebruik een Alcoholmeter om het alcoholpercentage te meten.

    3. Bottel de wodka. Vul flessen met je wodka en sluit ze af met een kurk of dop. Je kunt dit het beste doen door te hevelen en de fles schuin te houden terwijl je hem vult. Je kunt daarna zelf etiketten maken als je dat wil. Je kan ook een speciale machine kopen om je flessen te vullen maar dat is wel duur en als je voor thuisgebruik produceert, kan je beter met de hand bottelen.