Uw whisky, wijn, rum, likeur en andere dranken laten rijpen

Zelf distilleren en dranken laten rijpen geeft veel voldoening. Het is spannend en leuk om het resultaat te ervaren. Op de markt zijn allerlei soorten vaten voor het bewaren en laten rijpen van zelfgemaakte dranken. Het eiken houten vaatje is al eeuwen oud en in verschillende soorten hout verkrijgbaar. Velen houtsoort zijn uitgeprobeerd om vaten van te maken: moerbezie, kastanje, acacia, beuken. Uit alle houtsoorten blijkt eikenhout de beste houtsoort te zijn voor het bewaren en rijpen van dranken zoals whisky, likeur, rum, wijn en andere dranken.

De voordelen van een Frans eiken houten vaatje

De voordelen van rijpen op Frans eikenhout is dat de houtrijping smaakstoffen en aroma’s toevoegt bijvoorbeeld dille, toast, kokos en vanille. Het is niet toevallig dat de beste wijnhuizen zoals Bourgogne en Bordeaux vrijwel altijd kiezen voor Frans eikenhout. In sommige gebieden is zelfs wettelijk vastgelegd dat whisky enkel mag rijpen in eikenhouten vaten. Frans eikenhout is buigbaar en sterk tegelijk. Daarnaast zorgt het voor stabiliteit en helderheid van de dranken.

Onze houten vaatjes zijn met de hand gemaakt van Frans eikenhout en daarmee van zeer hoge kwaliteit. De vaatjes bevatten geen parafine en zijn aan de binnenkant licht gebrand (light toasted) wat in ons optiek optimaal is voor de rijping van dranken. De vaatjes kunnen gebruikt worden om direct drank uit te schenken maar ook om drank in te laten rijpen. Het betreffen nieuwe vaten waardoor het belangrijk is om ze op juiste wijze in gebruik te nemen. Hiervoor verwijzen wij naar de bij geleverde gebruiksaanwijzing.

Gebruiksaanwijzing houten vaatjes

Gereedmaken van het vat
Een vat wat nieuw is of droog is opgeslagen heeft een periode nodig van zwellen om de naden te doen sluiten. Er zijn 2 methoden, koud of warm. De 2de methode is ook wel bekend als de Franse methode. Welke methode u gebruikt is afhankelijk van de wijze waarop het vat bewaart is. Als het lang is opgeslagen onder droge omstandigheden, dus niet in een vochtige kelder, dan kunt u het beste de koude methode gebruiken. Is het nog recent gebruikt of is hij vochtig opgeslagen geweest dan kunt u de warme methode gebruiken.

De koude methode
Vul het vat tot 1/3 met koud water en laat het 3 tot 4 uur staan. Vul vervolgens bij tot 2/3 met koud water. Na weer 4 uur af vullen tot de rand en houdt het gevuld totdat alle naden dicht zijn gezwollen. Als dit gebeurd is kan u het vat in gebruik nemen. Dit proces duurt ongeveer 2 dagen en bij oude vaten soms langer.

De warme methode
Vul het vat tot 1/10 met heet water. Tape de gaten dicht en schud het vat zodat alle delen goed in contact komen met water. Zet het vat rechtop en vul de bovenkant tot de rand met heet water en laat dit 15 minuten staan. Vervolgens omdraaien en de procedure herhalen voor de andere kant. Haal de tape eraf en laat het vat leeg lopen. Vul het vat met koud water om te controleren of het vat dicht is. Lekt het vat nog, gebruik dan de koude methode.

Belangrijk
Laat een vat nooit langer dan 2 dagen vol staan met gewoon water. Dit is om te voorkomen dat er bacteriën gaan groeien in het vat en is belangrijk bij dranken laten rijpen.

Een vat schoonmaken
De beste manier om een vat schoon te maken is een paar keer spoelen. Het vat dient altijd onmiddellijk na leegkomen van een drank omgespoeld te worden om te voorkomen dat er organismen in gaan groeien. Dit omspoelen gebeurt met heet water. Herhaal dit omspoelen totdat alle achtergebleven stoffen zijn opgelost en zijn weggespoeld. Eindig altijd met 1 keer koud water spoelen.

Als het even kan het gebruik van chemische middelen in het vat vermijden. Deze middelen onttrekken namelijk stoffen(tannine)  aan het vat.

Het opslaan van een vat
Als u een vat heeft gekocht en u gaat het niet gelijk gebruiken laat het dan ingepakt in de folie. Dit voorkomt vochtverlies van het hout. De beste opslag plek voor een vat is bij een temperatuur onder de 12 graden en een luchtvochtigheid van 75%.

Bekijk onze eiken houten vaatjes voor het bewaren en rijpen van uw zelfgemaakte drank.


Zelf etherische olie maken

Wilt u etherische olie gaan maken? Hieronder leest u meer daarover. In de winkel is deze olie vaak vrij duur, waardoor het interessant kan zijn om dit zelf te gaan maken met onze Roodkoperen Kolom Distilleerketel.

Wat is etherische olie?

Etherische oliën zijn oliën (essential oil) afkomstig van aromatische planten. Bekende plantsoorten zijn bijvoorbeeld rozemarijn en lavendel. Totaal zijn er meer dan 500 verschillende planten die dergelijke oliën bevatten. Dit wordt ook wel vluchtige olie of essentiële olie genoemd.

Waarvoor wordt deze olie gebruikt?

Etherische olie wordt voor verschillende doeleinden gebruikt. De bekendste is aromatherapie. De aromatherapie gebruikt de olie om het lichaam te verzorgen en de geest in balans te brengen. Deze olie kan men in baden en stoombaden gebruiken maar ook inwrijven op de huid. Verder kan het worden gebruikt bij cosmetische en farmaceutische producten, in de parfumerie, voor smaakstoffen en geurstoffen.

Plantmateriaal distilleren

In de hals van de Roodkoperen Kolom Distilleerketel zit een rooster waarop het plantmateriaal kan rusten. Door vervolgens water in de ketel op 100 graden te verhitten kan de olie uit het plantmateriaal worden gestoomd. De stoom wordt in de koelemmer weer afgekoeld waardoor de olie ontstaat. De etherische olie kan met een scheidtrechter (oil seperator) worden afgescheiden van het hydrolaat.

Hydrolaat

Hydrolaten worden ook hydrosol, plantenwater of bloemenwater genoemd. Dit betreft het deel van het distillaat dat overblijft nadat de etherische olie is verwijderd. Hydrolaten bevatten een rijkdom aan inhoudsstoffen en hebben daardoor een therapeutische werking. Ze zijn verkoelend, hydraterend, geneeskrachtig en ontstekingsremmend.

Bent u enthousiast geworden? Bekijk dan hier onze Roodkoperen Kolom Distilleerketel. Deze ketel kan ook gebruikt worden voor het maken van likeur of whisky, in dat geval zijn ook de complete sets aan te raden.


Hoe scheid ik de voorloop middenloop en naloop?

Bent u enthousiast geworden om uw eigen likeur, whisky of ander moonshine te gaan maken? Dan bent u hier aan het juiste adres. U heeft mogelijk al het een en ander gelezen over de voorloop, middenloop en naloop. Hieronder leest u hoe u die drie van elkaar kunt onderscheiden.

Voorloop

Bij het distilleren is het goed om de voorloop, middenloop en naloop te scheiden. De voorloop van het distillaat druppelt als eerste naar buiten en herken je aan de geur. Het ruikt onaangenaam naar nagellak of spiritus. De voorloop gooit u weg of kunt u bewaren om de bbq mee aan te maken. Dit is ongeveer 2% van de eerste stook (ruwnat) uit de initiële stookwijn. Het distillaat uit de eerste stook wordt ook wel ruwnat genoemd. Een andere methode om de voorloop te bepalen is door het alcoholpercentage te bepalen. Dit percentage is in het begin van het stookproces erg hoog, 80% en hoger.

Middenloop

Wanneer het alcoholpercentage onder de ongeveer 80% komt, zit je in de middenloop. Het grootste gedeelte is de middenloop. Dit ruikt geurig en proeft lekker. Deze middenloop is de substantie waar wij het voor doen.

Naloop

Wanneer het alcoholgehalte is gedaald tot 50 procent gaan we over tot de naloop. De geur van de naloop is moeilijk te omschrijven, “mollig”, “vettig” en “bruinig” wordt wel eens genoemd. Je kunt het ook wat tussen je vingers wrijven, dan voelt het olieachtig aan. De naloop dient ook weg gegooid te worden.

Bekijk ook al onze koperen distilleerketels hier.

 

 


Basistheorie drank stoken en distilleren

Aan de slag met drank stoken en distilleren

Denk eens aan een pannetje water dat je op het gas hebt staan. Wanneer je de pan opent, zie je dat er aan de binnenzijde druppels tegen de koude deksel zijn gecondenseerd. Proef eens: ze smaken naar… water. Dat valt tegen. Stel nu dat je in datzelfde pannetje wijn kookt en je proeft diezelfde druppels – dan zul je constateren dat die nog een beetje naar wijn, maar vooral heel erg naar alcohol smaken. Gefeliciteerd, je hebt het distilleren ontdekt. Een paar duizend jaar te laat om er patent op aan te vragen, maar toch heel knap. Hieronder leest u meer over de basistheorie drank stoken.

Distillatie is een techniek om door middel van verdamping stoffen in een oplossing te scheiden. Die oplossing is in ons geval dus een alcoholhoudende drank en die stoffen zijn met name water en alcohol. De truc zit hem in de verschillende kookpunten (of damppunten) van deze stoffen. Alcohol kookt op zeeniveau al bij circa 78 °C, terwijl water zoals je weet pas bij 100 °C verdampt. Als je een mengsel van water en alcohol, zoals wijn uit het voorgenoemde voorbeeld, voorzichtig verhit, zal dus de alcohol in eerste instantie iets meer verdampen dan het water en zal de damp meer alcohol bevatten dan het oorspronkelijke mengsel. Door de damp af te voeren en vervolgens te condenseren, scheid je de alcohol van het water: distilleren. Op deze manier maken ze bijvoorbeeld ook benzine uit aardolie. Dat laatste moet je dan maar liever niet proberen met een pannetje op het gas, en ook niet proeven trouwens:+) Door het distilleren kun je een grove scheiding maken tussen de verschillende stoffen, maar geen precieze scheiding. Wil je wel een preciezere scheiding dan moet je het distilleren herhalen. Dat doen we dan ook, meestal (minimaal) twee keer: de ruwstook en de fijnstook.

Moonshine Alambiek Distilleerketel type A | Drank stoken

De Ruwstook

Deze eerste keer distilleren noem je de eerste stook of ruwstook. De ruwstook is vooral bedoeld om alle alcohol uit je basisdrank/stookwijn te krijgen (het ruwnat) zodat je het restant weg kunt gooien. Zo’n 10- of 20-liter emmer, of die vijftig flessen verzuurde wijn nemen toch een hoop ruimte in beslag in je keuken. Uitgaande van een basisdrank van een procent of 15 moet je na de eerste keer overhalen rekenen op een alcoholpercentage van rond de 35%. De rest is dus water. Als je het resultaat proeft, kun je je de naamgeving voorstellen: je herkent onmiskenbaar het fundament van een cognac of whisky maar het is nog grof, onverfijnd. Laten we zeggen: ruw. Dat komt doordat er in wijn, suikerwater of wat je dan ook wilt verstoken nooit alleen water en alcohol zitten. Het bevat ook andere vluchtige stoffen die zijn ontstaan tijdens de fermentatie. En niet een handjevol, maar duizenden. Gelukkig maar, anders zou elke drank naar wodka smaken. Sommige van die stoffen wil je graag terugzien in je distillaat. Ze zorgen voor smaak en geur. Het verschil tussen whisky en cognac zit hem grotendeels in de verschillende basisproducten. Andere stoffen hebben we liever niet, omdat ze niet lekker zijn, een kater geven of niet goed zijn voor de gezondheid. De belangrijkste zijn methanol die aan het begin van je distillatieproces uit je ketel komt druppelen en de zogenaamde ‘foezels’ of ‘foezelolie’. Dat is een verzamelnaam voor een reeks aan hogere alcoholen met ingewikkelde namen die zich aan het eind van het distillatieproces aandienen.

De Fijnstook

De tweede stook woord ook wel fijnstook genoemd. Doordat de ongewenste onderdelen van het distillaat zich respectievelijk aan het begin en aan het eind aandienen, stelt het je in staat ze te scheiden van waar we werkelijk in geïnteresseerd zijn: de alcohol. Dit doen we tijdens de tweede stook, daarin verstoken we het ruwnat uit de eerste stook nogmaals, maar maken daarbij een onderscheid tussen de ongewenste voor- en naloop van de gewenste middenloop. Deze tweede stook noem je dan ook de fijnstook. In het juist scheiden van deze ‘fracties’, niet te vroeg en niet te laat, toont zich de hand van de meester. Pure alcohol is namelijk gewoon saaie wodka, en minimale hoeveelheden van met name de naloop geven smaak aan je distillaat. Het resultaat van deze fijnstook is meestal een alcoholpercentage van rond de 70 à 80%. Dit trucje kun je herhalen. Hoe hoger het uiteindelijk alcoholgehalte, hoe zuiverder en hoe verfijnder je distillaat, tot het uiteindelijk gewoon smakeloos wordt. Wodka wordt bijvoorbeeld wel tot 90-95% gedistilleerd, en dan vaak ook nog via bijvoorbeeld koolstof ontdaan van alle smaak, terwijl cognac bijvoorbeeld meer richting de 60-80% gaat. Het zal je opvallen dat dit niet de percentages zijn die je op je fles van de slijter ziet staan (tenzij je in Rusland woont). Gedistilleerde alcohol wordt, na het rijpen (zie verderop) maar voor hij op fles gaat, dan ook vrijwel altijd verdund met water.

Het rijpen van je distillaat

Vers uit de ketel is je distillaat nog niet wat hij kan zijn. Een distillaat moet rijpen. Het is niet voor niks dat je voor flessen twintig jaar oude whisky meer betaalt dan voor eentje van drie jaar oud. Dat rijpen gebeurt op circa 55-65%, dus niet op de 35% die jij gewend bent te drinken, die krijgt hij pas vlak voor hij op fles gaat. Het rijpen hoeft overigens helemaal niet op hout en ook geen twintig jaar. De meeste witte dranken als wodka, jenever en eau de vie rijpen maar een paar weken in glas of een eiken houten vaatje. Genoeg om stoffen op elkaar in te laten werken en nieuwe combinaties te vormen. ‘Bruine’ dranken als whisky, cognac en calvados rijpen over het algemeen op hout. Voordat gedistilleerde dranken op fles gaan, worden ze verdund tot fles sterkte, vaak rond de 35-40%. Daarnaast kan er wat gepimpt worden, bij voorbeeld met karamel voor een mooie bruine kleur of met een beetje suiker.

Eiken houten vaatje | whisky | wijn | likeur | Drank Stoken

Eiken houten vaatje

Bron: boek “over drank” Wateetons. Zie ook onze complete pakketten inclusief boek.

Enthousiast geworden? Ga naar onze koperen distilleerketels.